Adjuvant! (www.adjuvantonline.com) is een gevalideerd instrument voor de predictie van prognose van individuele patiënten en de predictie van de reductie van absolute recidief- en sterftekans door adjuvante systemische therapie. Om die reden zijn de aanbevelingen voor de adjuvante systemische behandeling in deze richtlijn gebaseerd op de tabellen die met Adjuvant! zijn gegenereerd.
In individuele gevallen bij een hormoongevoelig invasief ductaal carcinoom kunnen gevalideerde genexpressieprofielen worden gebruikt, indien er twijfel is over de indicatie voor adjuvante chemotherapie op basis van de traditionele prognostische factoren.
In een gepoolde retrospectieve analyse van 7 studies naar adjuvante therapie bij 541 patiënten werd in de hoogrisicogroep, zoals bepaald met MammaPrint,een betere metastasevrije vijfjaars overleving gezien van 88% in de groep behandeld met chemotherapie gevolgd door hormonale therapie, versus 76% in de groep behandeld met alleen hormonale therapie [Knauer, 2010547]. De voorspellende waarde van de MammaPrint voor het effect van adjuvante chemotherapie is met deze retrospectieve niet-gerandomiseerde studie met verschillende chemotherapie regimes nog niet bewezen. In een subgroep van de NSABP B20 trial, waarin N0 ER+ patiënten waren gerandomiseerd tussen tamoxifen en tamoxifen plus chemotherapie, werd middels Oncotype DX alleen een voordeel van chemotherapie gevonden bij patiënten met een hoge recurrence score (>30) (RR 0,26; 95%CI 0,13-0,53) [Paik, 2006786]. Bij een lage en intermediaire RS werd geen voordeel van chemotherapie gezien boven alleen tamoxifen (RR 1,31; 95%CI 0,46-3,78 en RR 0,61; 95%CI 0,24-1,59, respectievelijk). In een soortgelijke retrospectieve analyse van postmenopauzale N+ ER+ patiënten werd alleen een voordeel van adjuvante CAF chemotherapie gezien bij groep met een hoge RS [Albain, 201016]. Alhoewel geen voordeel van chemotherapie kon worden vastgesteld in de lage en intermediaire RS groepen, kan een klinisch voordeel niet direct worden uitgesloten gezien de grote betrouwbaarheidsintervallen in deze groepen. De predictieve waarde van de genprofielen is niet prospectief onderzocht met nieuwere therapeutische modaliteiten als aromatase remmers, andere chemotherapie middelen en trastuzumab.
Van verschillende genexpressie profielen is in retrospectieve studies aangetoond dat ze bij patiënten beter de subgroepen met een gunstige of ongunstige prognose kunnen onderscheiden dan de traditionele risicoschattingen.
B [Buyse, 2006148; Chang, 2003167; Desmedt, 2007239; Foekens, 2006325; Huang, 2003462; Paik, 2004785; Paik, 2006786; Sotiriou, 2003930; van 't Veer, 20021014; van de Vijver, 2002997; Wang, 20051055; Bueno-de-Mesquita, 2009136; Mook, 2009704; Mook, 2010705; Dowsett 2010266]
Van bovengenoemde genexpressieprofielen is momenteel in Nederland alleen de MammaPrint commercieel beschikbaar. In 2008 is door de Food and Drug Administration goedkeuring verleend voor het op de markt brengen van de MammaPrint. Amerikaanse verzekeraars beschouwen het gebruik hiervan nog als experimenteel. Er zijn nog geen studies die klinische resultaten als gevolg van toepassing van de uitslag van de MammaPrint beschrijven. De MINDACT trial is een prospectief gerandomiseerde multicenter studie waarin patiënten met een discordante uitkomst van MammaPrint en klinische risicoinschatting volgens Adjuvant! worden gerandomiseerd voor het volgen van de uitkomst van ofwel MammaPrint ofwel de klinische risicoinschatting. De inclusie van deze studie is op 1 juli 2011 geëindigd. In de Amerikaanse TAILORx studie zijn N0 ER+ patiënten en een intermediair risico volgens de Recurrence Score gerandomiseerd tussen chemotherapie gevolgd door hormonale therapie of alleen hormonale therapie. De resultaten van deze studies worden pas na jaren duidelijk.
Het St. Gallen internationale expert consensus panel stelt dat gevalideerde genexpressieprofielen kunnen worden gebruikt als een toevoeging aan state of the art uitgevoerde histopathologie, indien er twijfel is over de indicatie voor adjuvante chemotherapie op basis van de traditionele prognostische factoren [Goldhirsch, 2009378].