Cervicale intra-epitheliale neoplasie (CIN) is een potentieel voorstadium van
cervixcarcinoom en wordt ongeveer 10-15x zo vaak gevonden als een invasief
cervixcarcinoom.
Op de baarmoederhals is het overgangsgebied van plaveisel- naar
cilindercelepitheel, de transformatiezone (TZ), de voorkeursplaats voor het
ontstaan van cervixneoplasie. Met behulp van cytologische uitstrijkjes van deze
TZ kunnen neoplastische afwijkingen in het cervixepitheel worden
gedetecteerd.
Op grond van epidemiologische en moleculair biologische studies blijkt dat
Humaan Papilloma Virus (HPV), dat voornamelijk seksueel wordt overgedragen, de
oorzaak is van de meeste gevallen van cervixneoplasie. Risicoverhogende
factoren zijn: wisselende sexuele contacten, promiscue partners en roken.
De behandeling van CIN-laesies is in principe
uterussparend en bestaat uit excisie van de afwijkende transformatiezone.
Woord van aanbeveling De richtlijnen gynaecologische tumoren zijn gemaakt binnen
de commissie gynaecologische oncologische richtlijnen van de WOG (zie bijlage 1). Dit is
een multi disciplinair samengestelde commissie, waarvan de leden uit alle
IK-regio's afkomstig zijn. Er is gewerkt op basis van consensus. De meest
recente literatuur is gehanteerd. De richtlijnen zijn in alle regio's besproken.
Tevens zijn zij aan alle NVOG leden ter goedkeuring voorgelegd. De richtlijnen
hebben een adviserend karakter. De commissie gynaecologische oncologische richtlijnen zal de teksten van
de richtlijnen zonodig jaarlijks aanpassen.