De diagnose persisterende trofoblast wordt gesteld op basis van een stijging of onvoldoende daling van het hCG-gehalte in het serum (zie hiervoor de richtlijn molazwangerschap).
Er kunnen ook klinische tekenen zijn van ziekte, zoals vaginaal bloedverlies of symptomen van metastasering. Echter noch deze tekenen, noch aanwijzingen voor persisterende afwijkingen zijn obligaat voor de diagnose persisterende trofoblast, die immers gesteld wordt op basis van stijging of onvoldoende daling van het hCG-gehalte alleen. Ongeveer 15% van de molazwangerschappen persisteert. Persisterende trofoblast tumoren na een voldragen zwangerschap, ook wel non-mola choriocarcinoma genoemd, komen voor maar zijn uitermate zeldzaam (na 1:40.000 partus).
Risicofactoren voor een persisterende trofoblast zijn:
relatief hoge leeftijd (> 40 jaar)
hoge initiële hCG-waarden
complete mola hydatidosa
traumatische c.q. incomplete evacuatie
positieve discongruentie
ovarium cysten met doorsnede > 6 cm
Persisterende trofoblast tumoren worden op basis van klinische factoren onderverdeeld in laag risico (goede prognose) en hoog risico (slechtere prognose) tumoren. Met behulp van deze indeling wordt de behandeling bepaald. De laag risico tumoren zijn veelal te genezen met mono- chemotherapie, terwijl voor de hoog risico tumoren poly-chemotherapie in het overgrote deel van de patiënten tot curatie leidt, zelfs bij gemetastaseerde tumoren.
Hoewel de persisterende trofoblast tumor vaak beperkt blijft tot het cavum of de wand van de uterus treedt in ongeveer de helft der gevallen metastasering op. Metastasen worden het meest frequent gezien in de longen. Andere voorkeursplaatsen voor metastasen zijn de vagina, hersenen en lever. Patiënten met hersenmetastasen hebben een slechtere prognose met een curatiekans van 50-80%. Symptomen worden vooral veroorzaakt door het hersenoedeem. Een aanvullend risico is de grote bloedingneiging van deze metastasen, met name tijdens regressie of necrose van de metastasen. Ook metastasen in de vagina veroorzaken nogal eens bloedingen.
De aanwezigheid van levermetastasen resulteert eveneens in een slechtere prognose (5 jaars overleving 20-30%, indien in combinatie met hersenmetastasen zelfs 10%).
Voor informatie over pathologisch-anatomische diagnosen (zie bijlage 1).
Woord van aanbeveling
De richtlijnen gynaecologische tumoren zijn gemaakt binnen de commissie gynaecologische oncologische richtlijnen van de WOG (voor de samenstelling vand e commissie zie bijlage 2). Dit is een multi disciplinair samengestelde commissie, waarvan de leden uit alle IK-regio's afkomstig zijn. Er is gewerkt op basis van consensus. De meest recente literatuur is gehanteerd. De richtlijnen zijn in alle regio's besproken. Tevens zijn zij aan alle NVOG leden ter goedkeuring voorgelegd. De richtlijnen hebben een adviserend karakter. De commissie gynaecologische oncologische richtlijnen zal de teksten van de richtlijnen zonodig jaarlijks aanpassen.