Myelodysplasieën (MDS) vormen een groep van clonale
stamcelafwijkingen leidend tot een myeloproliferatie met toegenomen apoptosis in
het beenmerg en een wisselende mate van uitrijpingsstoornissen zich uitend in
(pan)cytopenieën. Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat de lymfatische lijn
niet betrokken is in het proces en dat het dus gaat om een afwijking in een
vroege committed stamcel. Meer dan 80% van de patiënten hebben bij diagnose
een anemie en vaak tevens een granulocytopenie en trombocytopenie. Het risico
van infectie en bloedingen wordt nog versterkt door de tevens vaak aanwezige
functionele stoornissen van deze cellijnen. Voorts bestaat er, afhankelijk van
het type MDS (zie TNM
classificatie ), een fors risico voor het ontwikkelen van
een acute leukemie. De resultaten van de behandeling van patiënten die vanuit
een myelodysplastisch syndroom een AML hebben ontwikkeld, zijn
slecht. Alhoewel het merendeel
van de patiënten bij diagnose 65 jaar of ouder is, komt deze aandoening ook bij
jongere patiënten voor.