Probleemstelling
Per jaar wordt bij ruim 8.000 nieuwe patiënten een longcarcinoom gediagnosticeerd; bij ongeveer 80% van hen gaat het om een niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC).1 Ongeveer vier op de vijf gevallen betreffen mannen. Hoewel de incidentie bij mannen afneemt, is het bij hen nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak door kanker. Bij vrouwen is er een toenemende incidentie. Meer dan 85% van de longkankers houdt verband met roken. De mediane overleving na de diagnose bedraagt acht maanden, en na vijf jaar is 13% van de patiënten nog in leven.2 Slechts 25% van de patiënten komt in aanmerking voor een in opzet curatieve behandeling, bijvoorbeeld door resectie van de tumor. Deze groep heeft een kans op curatie van ongeveer 25%. De overigen komen hiervoor niet in aanmerking, doordat de tumor zich locoregionaal heeft uitgebreid, is gedissemineerd of doordat patiënten vanwege hun conditie een operatie niet aankunnen.34 Ondanks diagnostische en therapeutische vooruitgang is de verdeling over de stadia en de overleving voor patiënten met een NSCLC de afgelopen 15 jaar niet noemenswaardig verbeterd.5 In 1990 en 1997 zijn CBO-consensusteksten gepubliceerd over de diagnostiek respectievelijk radiotherapie bij longcarcinoom.67 In 1999 is door de wetenschappelijke verenigingen de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT) en de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie (NVMO) een bijeenkomst gehouden over de behandeling van patiënten met gevorderd NSCLC. Formele, ‘evidence-based’ richtlijnen voor chemotherapie, chirurgie, begeleiding en follow-up ontbreken echter. Derhalve hebben de Vereniging voor Integrale Kanker Centra (VIKC) en de NVALT samen het initiatief genomen een multidisciplinaire, ‘evidence-based’ richtlijn te ontwikkelen over zowel de stadiëring als de behandelmogelijkheden van het NSCLC.8 Het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO verleende hierbij methodologische expertise en logistieke steun.
Doelstelling Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. Er wordt aangegeven wat in het algemeen de beste zorg is voor patiënten met een NSCLC.
De richtlijn geeft aanbevelingen over de diagnostiek, de behandeling, de follow-up en vormen van ondersteuning van patiënten met een NSCLC. De richtlijn kan worden gebruikt bij het geven van voorlichting aan patiënten. Ook biedt de richtlijn aanknopingspunten voor bijvoorbeeld transmurale afspraken of lokale protocollen ter bevordering van de implementatie.
Specifieke doelen van deze richtlijn voor NSCLC zijn:
- plaatsbepaling van de PET-scan bij het stadiëren van een longcarcinoom;
- plaatsbepaling van inductiechemotherapie bij lokaal gevorderd longcarcinoom;
- plaatsbepaling van concomitante chemo- en radiotherapie bij longcarcinoom;
- een uitspraak doen over acceptabele wachttijden in diagnostiek en behandeling alsmede over centralisatie van bepaalde zorgverlening;
- nadere precisering van verschillende chirurgische opties.
Doelgroep Deze richtlijn is bestemd voor longartsen, (thorax)chirurgen, radiotherapeuten, medisch oncologen, huisartsen, oncologieverpleegkundigen, IKC-consulenten, pathologen, psychologen, radiologen, nucleair-geneeskundigen en epidemiologen.
Uitgangsvragen In het voorjaar van 2002 heeft de Landelijke Werkgroep Longtumoren een enquête gehouden met als doel knelpunten in de dagelijkse praktijk en in de organisatie van de zorg voor patiënten met NSCLC te inventariseren. Daarbij was ook een lijst met potentiële uitgangsvragen opgenomen. De vragenlijst is naar een aselecte steekproef van behandelaars gestuurd met de vraag om de antwoorden in hun oncologiecommissie te formuleren. Er werden 26 vragenlijsten geretourneerd. Uit alle regio’s met een integraal kankercentrum werd een reactie ontvangen. Zowel academische als niet-academische ziekenhuizen hebben gereageerd. Op basis van de resultaten werden de uitgangsvragen geprioriteerd en werd een definitieve lijst met 24 uitgangsvragen opgesteld. Deze focussen op prangende knelpunten in de dagelijkse zorg in Nederland. De uitgangsvragen (zie bijlage 1) vormen de basis voor de verschillende hoofdstukken van deze richtlijn. De richtlijn beoogt dus niet volledig te zijn. Daarnaast zijn enkele richtinggevende hoofdstukken opgenomen.